Nicolaas Kerk Wieuwerd


Openingstijden Contact

April en mei, van maandag tot en met
zaterdag van 13.00 tot 16.30 uur.

Juni tot en met augustus, van maandag
tot en met zaterdag van 10.00 tot 12.00
uur en van 13.00 tot 16.30 uur.

September en oktober, van maandag tot
en met zaterdag van 13.00 tot 16.30 uur.

Kerk met mummiekelder
Terp 1
8637 VH Wiuwert
De kerk van Wiuwert is rond 1200 gebouwd en gewijd aan de heilige Nicolaas.

Exterieur

De oorspronkelijke kerk had rondbogige romaanse vensters, waarvan in de noordmuur nog sporen zijn te zien. In de veertiende eeuw zijn de vensters vergroot in gotische vorm; door de beklamping van de zuidgevel zijn daar geen sporen m eer zichtbaar van de oorspronkelijke toestand. In de zeventiende eeuw is er aan de kerk gewerkt, getuige de glasfragmenten uit 1655 die tijdens de restauratie van het interieur in 2009 zijn gevonden. Op enkele fragmenten is de kerk van Wiuwert afgebeeld. In de jaren 1860 -1870 is de kerk aan de zuidzijde en aan de koorzijde ommetseld met machinale steen, waarbij vermoedelijk de raamindeling bewaard is gebleven.

Toren

De huidige toren dateert uit 1888 en vervangt een vermoedelijk middeleeuwse zadeldaktoren, waarvan in de kerk een afbeelding is bewaard. Er is enige verwarring over de zadeldaktoren, aangezien in de kerkerekeningboeken in 1805 wordt geschreven over afbraak van de toren, maar vermoedelijk is is de toren in dat jaar gerepareerd, immers in 1805 bouwde men in Friesland geen zadeldaktorens meer. De in 1888 gebouwde toren vertoont allerlei stijlelementen die in de tweede helft van de negentiende eeuw populair waren. In de toren hangt een klok uit 1821.

Interieur

Het interieur van de kerk wordt in Friesland gerekend tot één van de mooiste protestantse kerkinrichtingen. Middeleeuwse onderdelen zijn niet bewaard, bij de restauratie van 2009 heeft men wat bouwfragmenten aangetroffen, restanten van een piscina, restanten van gewelfschilderingen, profielstenen en een aantal plavuizen. Tussen 1765 en 1790 kwam het huidige interieur tot stand. Dankzij het feit dat de kerkerekeningboeken over die jaren zijn bewaard, is grotendeels bekend wie de makers zijn geweest van de verschillende onderdelen. De preekstoel en het doophek zijn in 1765 voor 404 caroliguldens en zeven stuivers gemaakt, vermoedelijk door Johannes Hardenberg. Op de panelen van de kansel zijn allegorische figuren afgebeeld: Geloof, Hoop, Liefde, Waarheid en Vrede. In 1772 maakt Rymer Louws een bestek "voor de vernieuwing in de Kerk", vermoedelijk is men toen ook begonnen met het maken van de nieuwe banken. In 1777 wordt Andries Thomas betaald voor het maken van een nieuw gewelf en in 1779 wordt Joseph van Lingen betaald "wegens het verven van het verwulft en Balken in de kerk". In 1780 krijgt J. Groenevelt 40 caroliguldens betaald "voor 't snijden van drie psalmborden". In de jaren 1786-1788 worden grote bedragen betaald aan Frans Twentrop voor "gelevert snijwerk ten dienste van de kerk". Twentrop maakt ook het snijwerk voor het in 1788 gebouwde orgel.

Grafkelder

In 1609 wordt in het koor van de kerk een grafkelder aangelegd voor de bewoners van Waltastate, deze kelder krijgt inwendig een behoorlijke hoogte, vermoedelijk vanwege de waterstand in de gracht. Ook wordt deze kelder voor zien van twee ontluchtingsopeningen. In de kelder zijn gedurende de 17de en 18de eeuw elf mensen bijgezet, de namen van deze personen zijn niet bekend. Of de beroemde Anna-Maria van Schuurman hier ook is bijgezet is ook onbekend. Toen men in 1765 aan het interieur begon te werken, ontdekten enkele timmerlieden dat in sommige kisten de lijken niet waren vergaan. Vermoedelijk zijn slechts een bepaald aantal lijken op natuurlijke wijze gemummificeerd, dankzij de beide openingen in de kelderwanden. Vanaf 1765 begon ook de mythevorming rond de kelder, over gestolen hoofden en meegenomen mummies. In 1895 heeft men de kelder voorzien van drainage en toen ook heeft men besloten een vijftal kisten op te ruimen en de restanten van de niet- gemummificeerde lichamen in twee afgesloten kisten tegen de zijmuur te bewaren. Er zijn acht hoofden bewaard, één teveel. De vier bewaard gebleven lichamen (drie mannen en vermoedelijk een jong meisje) worden sinds 1895 aan de bezoekers getoond, liggend op zeewier, dat gebruikt was voor de vulling van de kistbekleding. De kisten zijn origineel, maar ze liggen niet meer in hun eigen kist. Namen van de personen zijn niet bekend.

Orgel

Hoelang er een orgel in de kerk van Wiuwert heeft gestaan, is niet bekend. In 1723 is het oude orgel uit de Martinikerk van Sneek naar Wiuwert getransporteerd en dit orgel heeft dienst gedaan tot 1785, als Rudolf Knol begint met de bouw van een nieuw orgel, dat in 1788 voltooid wordt. Het is een éénklaviers orgel, het snijwerk wordt ge maakt door de al genoemde Frans Twentrop. In 1860 breidt de firma Van Dam het orgel uit met een tweede klavier, het pijpwerk hiervan wordt op de balgenkast geplaatst en dient als een soort "achterwerk", met de tractuur boven het hoofd van de organist. Van Dams uitbreiding is zichtbaar doordat hij dezelfde registerplaatjes gebruikt als Knol, tinnen plaatjes met gegraveerde letters, maar wel met een Van Dam-lettertype! Rond 1970 begint organist Wim Eppinga met een niet door Monumentenzorg goedgekeurde restauratie, waarbij de balgenkast wordt gesloopt. Na ingrijpen van justitie restaureert de firma Flentrop in 1973 het orgel, waarbij het achterwerk onder in de bestaande Knol-kast wordt geplaatst en een "nieuw" oud pedaal wordt toe gevoegd.
.